Medisch handelingsprotocol Prodas (versie 1, juni 2011)

Inleiding
Om onnodige fouten te voorkomen, risico’s voor de kinderen te beperken en ter bescherming
van haar werknemers, voert Prodas een zeer terughoudend beleid aangaande de
verstrekking van geneesmiddelen en het verrichten van handelingen van medische aard.
Deze zorgverantwoordelijkheid komt als het gaat om hygiëne en gezondheid uitsluitend aan
de ouders/verzorgers toe. Zij zijn verantwoordelijk voor een juist gebruik van medicijnen van
kinderen of voor het correct uitvoeren van kleine medische ingrepen. Waar mogelijk moeten
medicijnen voor of na schooltijd of tussen de middag, thuis worden toegediend. De scholen
dienen dit als hoofdregel van beleid uit te voeren.

Doordat de kinderen gedurende een langere aaneengesloten periode in de school verblijven,
is het niet helemaal uit te sluiten dat door een arts voorgeschreven medicijngebruik of
medische handelingen onder schooltijd noodzakelijk zijn. Het kan dan gaan om geplande
activiteiten maar ook om handelingen als gevolg van een ongeval.
Mede in het kader van vraagstukken over aansprakelijkheid, dienen de
verantwoordelijkheden van personeelsleden helder te zijn vastgelegd.

Medicijnverstrekking

1. Eénmalig, niet voorgeschreven medicijnverstrekking
Elke school heeft eenvoudige medicijnen in huis, bijvoorbeeld: kinderparacetamol, een
middel tegen insektenbeten. Bij het toedienen daarvan zal de school de benodigde terughoudendheid
betrachten. Deze middelen worden eventueel zonder overleg met
ouders/verzorgers, oraal toegediend. Bij aanmelding dienen de ouders/verzorgers aan te
geven waar het kind eventueel allergisch voor is. Het is aan de ouders/verzorgers om op dit
punt tussentijdse wijzigingen aan de school door te geven zodat de informatie actueel blijft.
Algemene medicijnen worden op school in een afgesloten kast bewaard. Een persoonslid (bij
voorkeur de BHV’er) is verantwoordelijk voor het beheer van deze medicijnen.

2. Verstrekking van voorgeschreven medicijnen
Er is een onderscheid tussen zogenaamde BIG-handelingen en andere manieren van het
verstrekken van medicijnen.
a. BIG-handelingen
BIG staat voor Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg.
Onder BIG-handelingen vallen onder andere de volgende handelingen: injecties geven,
handelingen rondom sondevoeding, insuline toedienen en meten bloedsuikerspiegel bij
suikerpatienten d.m.v. een vingerprikje.
Deze handelingen mogen volgens de wet slechts worden verricht door beroepsbeoefenaren
in de gezondheidszorg. Leerkrachten zijn niet gekwalificeerd om BIG-handelingen te
verrichten. Doen zij dit toch, dan zijn zij én de werkgever (Prodas) civielrechterlijk en
strafrechterlijk vervolgbaar, ongeacht een schriftelijke toestemming van ouders. Prodas
staat BIG-handelingen door leerkrachten dan ook niet toe.
De school biedt ouders/verzorgers de gelegenheid om BIG-handelingen tijdens school- of
lesgebonden activiteiten te (laten) verrichten. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de
ouders/verzorgers.
b. Andere manieren van het verstrekken van medicijnen
Indien een kind regelmatig (tijdelijk of permanent) medicijnen toegediend moet krijgen
(anders dan BIG-handelingen), dienen ouders/verzorgers hiervoor schriftelijik een verzoek in
te dienen middels het formulier “Verzoek tot ondersteuning van medicijn-gebruik”. De
handelingswijze op dit formulier dient door de ouders/verzorgers duidelijk te worden ingevuld
en van een toelichting te worden voorzien. De leerkracht dient dit zorgvuldig op te volgen.
Kindgebonden medicatie wordt door de leerkracht in een afgesloten lade bewaard.

Leerkrachten hebben het recht om de hierboven beschreven medische handelingen (vallend
onder de ‘overige te verrichten werkzaamheden’ van de functie) te weigeren. Leerkrachten
melden dit dan bij de schooldirecteur. De directeur registreert deze medling d.m.v. een notitie
in het personeelsdossier.

Kennisgeving
Bij aanname medicatieverzoeken t.b.v. kinderen wordt expliciet op de inhoud van dit protocol
gewezen. Dit wordt aan de betreffende ouders/verzorgers verstrekt.
Het aanmeldingsformulier voor leerlingen, verwijst naar dit protocol.

Ongeval/EHBO
In het geval er sprake is van een ongeval, is de aard van het ongeval bepalend voor het
handelen van het personeel.
Omdat elke school beschikt over een of meer BHV’ers zijn (BHV = bedrijfshulpverlening), is
voor deze personen een rol weggelegd bij het verlenen van hulp. Veelal gaat het om
ongevallen waar kan worden volstaan met eenvoudige medische handelingen
(schoonmaken / ontsmetten / pleister plakken / verband aanleggen). Dat kan uiteraard door
de leerkracht zelf worden verricht.
Indien er sprake is van een ongeval waarbij niet kan worden volstaan met deze meest
eenvoudige medische handelingen, gaat het personeel als volgt te werk:
  • De hulp van de BHV’er (dan wel iemand die beschikt over een geldig EHBO-diploma) dient z.s.m. te worden ingeroepen. Indien nodig, wordt er meteen contact gezocht met een arts, de eerste hulp-afdeling van het ziekenhuis of wordt een ambulance opgeroepen (112).
  • Het kind moet zoveel mogelijk in veiligheid worden gebracht.
  • Stabiliseren van het kind.
  • Het naar eigen inzicht uitvoeren van handelingen in situaties die levensbedreigend zijn en waar de tijd ontbreekt om deskundige hulp in te schakelen (zie hierna onder zorgplicht).
Zorgplicht
Er kunnen zich acute (nood)situaties voordoen die om onmiddellijke actie en hulp vragen.
Uiteraard heeft een ieder dan de zorgplicht om op te treden en te handelen. Echter; laat
daarbij medische handelingen zoveel als mogelijk achterwege. Een verkeerde handeling kan
namelijk vergaande consequenties hebben en eerder kwaad doen dan goed.

Verzekering
indien de personeelsleden zich aan dit protocol houden, zijn zij en de school in principe
verzekerd via de aansprakelijkheidsverzekering van Prodas.